canum

HOME

 

Probleemgedrag

Hondenverhalen

Hondenrassen

Hondenmanieren

Hondenjobs

Hondensporten

Contact


HONDENMANIEREN

 

Om een hond te kunnen begrijpen, moeten we in staat zijn om zijn lichaamstaal te lezen. Alleen op deze manier weten we wat er in onze hond omgaat.
Hierbij zijn voornamelijk de stand van de oren en de stand van de staart van belang. Ook het al dan niet maken van oogcontact en de mimiek van de honden geven ons een indicatie van de gemoedstoestand van de hond.
De combinatie van deze lichaamssignalen geeft ons een beeld van hoe onze hond zich voelt.

  oren staart mimiek ogen
angstig naar achteren staart heel laag
soms helemaal
tegen de
buik gedrukt
alle tanden bloot
ook de kiezen zijn
zichtbaar
geen
rechtstreeks
oogcontact
onderdanig naar achter gedraaid
tot soms helemaal plat
staart laag   geen
rechtstreeks
oogcontact
dominant naar voren gericht hoge staart   rechtstreeks
oogcontact
agressief naar voren gericht hoge staart voortanden bloot
tot aan de hoektanden
rechtstreeks
oogcontact

Als we met deze wetenschap een hond gaan beoordelen kunnen al enkele problemen worden opgelost.
Een zogezegd 'gevaarlijke hond' kan evengoed een heel angstige hond zijn die heeft geleerd dat bijten de enige uitweg is voor hem. Of een hond waarvan gedacht wordt dat hij heel angstig is, is misschien gewoon een onderdanige hond.
Op basis van deze nieuwe kennis kan dan anders worden omgegaan met de hond.

Ook de zogenaamde deemoedsgebaren worden meestal verkeerd ingeschat.
Deze deemoedsgebaren of onderwerpingsgebaren omvatten de lichaamstekenen die een hond vertoont wanneer hij zich in een ranglagere situatie bevindt. Hieronder verstaan we het laag dragen van oren en staart, maar ook het likken van de mondhoeken van de andere hond en het laten snuffelen onder de staart. Hoe groter de dreiging, des te extremer de onderwerpingsgebaren. Zo kan een hond bij grote dreiging op zijn rug gaan liggen en eventueel wat urine laten lopen. Dit wil dus niet zeggen dat de hond angstig is, maar gewoon dat hij zijn plaats kent ten opzichte van de andere hond.
Wanneer een hond deze deemoedsgebaren vertoont in een vechtsituatie, is het een 'sociale wet' bij de honden dat de andere hond de aanval stopt. Dit is het zogenaamde ridderlijkheidsinstinct.
Dit is ook bij de mens van toepassing. Wanneer wij onze hond straffen en hij gaat onderwerpingsgebaren vertonen, zijn wij ‘sociaal verplicht’ om onze dreiging te beëindigen. Doen wij dit niet, dan vertonen we in de ogen van onze hond gestoord gedrag en bestaat de kans dat de hond zal bijten.



internet marketing door queromedia