Om een hond te kunnen begrijpen,
moeten we in staat zijn om zijn lichaamstaal te lezen. Alleen op deze
manier weten we wat er in onze hond omgaat.
Hierbij zijn voornamelijk de stand van de oren en de stand van de staart
van belang. Ook het al dan niet maken van oogcontact en de mimiek van de
honden geven ons een indicatie van de gemoedstoestand van de hond. De
combinatie van deze lichaamssignalen geeft ons een beeld van hoe onze
hond zich voelt.
| |
oren |
staart |
mimiek |
ogen |
| angstig |
naar achteren |
staart heel laag soms helemaal tegen de buik gedrukt |
alle tanden bloot ook de kiezen zijn zichtbaar |
geen rechtstreeks oogcontact |
| onderdanig |
naar achter gedraaid tot soms helemaal plat |
staart laag |
|
geen rechtstreeks oogcontact |
| dominant |
naar voren gericht |
hoge staart |
|
rechtstreeks oogcontact |
| agressief |
naar voren gericht |
hoge staart |
voortanden bloot tot aan de hoektanden |
rechtstreeks oogcontact |
Als we met deze wetenschap een hond gaan beoordelen kunnen al
enkele problemen worden opgelost. Een zogezegd 'gevaarlijke hond'
kan evengoed een heel angstige hond zijn die heeft geleerd dat bijten
de enige uitweg is voor hem. Of een hond waarvan gedacht wordt dat hij
heel angstig is, is misschien gewoon een onderdanige hond.
Op basis van deze nieuwe kennis kan dan anders worden omgegaan met de hond.
Ook de zogenaamde deemoedsgebaren worden meestal verkeerd ingeschat.
Deze deemoedsgebaren of onderwerpingsgebaren omvatten de lichaamstekenen die
een hond vertoont wanneer hij zich in een ranglagere situatie bevindt.
Hieronder verstaan we het laag dragen van oren en staart, maar ook het likken
van de mondhoeken van de andere hond en het laten snuffelen onder de staart.
Hoe groter de dreiging, des te extremer de onderwerpingsgebaren. Zo kan een hond
bij grote dreiging op zijn rug gaan liggen en eventueel wat urine laten lopen.
Dit wil dus niet zeggen dat de hond angstig is, maar gewoon dat hij zijn plaats
kent ten opzichte van de andere hond. Wanneer een hond deze deemoedsgebaren
vertoont in een vechtsituatie, is het een 'sociale wet' bij de honden dat de
andere hond de aanval stopt. Dit is het zogenaamde ridderlijkheidsinstinct.
Dit is ook bij de mens van toepassing. Wanneer wij onze hond straffen en hij
gaat onderwerpingsgebaren vertonen, zijn wij ‘sociaal verplicht’ om onze
dreiging te beëindigen. Doen wij dit niet, dan vertonen we in de ogen van onze
hond gestoord gedrag en bestaat de kans dat de hond zal bijten.
|